Inleiding: Natuurlijk Leren, dat gaat toch vanzelf!?
Het Natuurlijk Leren
Natuurlijk leren in de praktijk
De ontwikkeling van het kind
De rol van de leerkracht en de leerling
Van paradigma a naar paradigma b
Conclusie
Natuurlijk leren, dat gaat toch vanzelf!
‘Vol verbazing kijk je om je heen, overal zie je kleuters. Sommige kleuters spelen gezellig samen in de bouwhoek, andere zijn druk bezig met het versieren van letters. Voor je langs schieten opeens twee kleuters voorbij, ze rennen als een gek door de ruimte heen. Links zie je een paar kleuters ruzie maken, rechts zitten er een aantal in de leeshoek. Overal waar je kijkt zie je kleuters, kleuters die allemaal enorm veel lawaai maken. Waar ben je in hemelsnaam beland?’ dit waren de eerste gedachten van een tweedejaarspabostudente op haar eerste stagedag op basisschool de Klaverweide in Almere. En zij is niet de enige die met haar mond open staat te kijken naar de werkwijze van deze basisschool. Basisschool de Klaverweide heeft in februari 2004 haar visie op onderwijs omgegooid, van een reguliere basisschool zijn zij gegaan naar een basisschool die werkt met het Natuurlijk Leren. Het Natuurlijk Leren is een nieuwe visie op het onderwijs, ontwikkeld door het APS (het Algemeen Pedagogisch Studiecentrum). Een visie die op sommige punten wat weg heeft van de vrije school, van het iederwijs, het jenaplanonderwijs en meerdere vernieuwende onderwijsvormen. Maar toch is het Natuurlijk Leren net even iets anders. Het uitgangspunt van het natuurlijk leren is ‘het leren vanuit het kind’.
Natuurlijk Leren werd een aantal jaar geleden met open armen ontvanger in het beroepsonderwijs. Dit omdat het Natuurlijk Leren een competentiegerichte vorm van onderwijs is. Na de hartelijke ontvangst in het beroepsonderwijs toonden ook een aantal middelbare scholen interesse in het Natuurlijk Leren. De Klaverweide is de eerste basisschool die het Natuurlijk Leren heeft ingevoerd.
Natuurlijk Leren, wat houd dat in? Uit de voorgaande tekst blijkt dat het Natuurlijk Leren een nieuwe visie op onderwijs is, in deze visie staat het kind centraal. In de hoofdstukken die hierop volgen zal er een antwoord volgen op de vraag wat Natuurlijk Leren is. Hierbij wordt gekeken naar de visie van het Natuurlijk Leren, het onderwijs, de reflectieinstrumenten, de rol van de leerkrachten en leerlingen en de invoering van het Natuurlijk Leren. Deze informatie komt voornamelijk van praktijkervaringen van leerkrachten en studenten, informatie vanuit het APS en informatie vanuit basisschool de Klaverweide.
Om de bijzondere aanpak van het Natuurlijk Leren te laten zien wordt deze vergeleken met het huidige onderwijs. Met het huidige onderwijs wordt het klassikale systeem bedoeld zoals deze in de meeste scholen gebruikt wordt. In het boek ‘Koop een auto bij de sloop’ duid Alex van Ernst het verschil tussen het huidige onderwijs en het Natuurlijk Leren aan als een paradigmashift. Een paradigma is een geheel aan waarden, handelswijzen en overtuigingen die door een groep worden gehanteerd. Het huidige onderwijs wordt daarbij aangeduid met Paradigma A en het natuurlijk leren met Paradigma B. Vanaf nu zal het huidige onderwijs worden aangeduid met Paradigma A.
Het Natuurlijk Leren.
Het Natuurlijk leren is een ander soort onderwijs dan wij gewend zijn. Paradigma A is vooral gericht op talige kinderen. De leerstof is onderverdeeld in de verschillende zaakvakken, de samenhang tussen deze vakken is meestal ver te zoeken. De leerlingen krijgen de leerstof aangeboden in allemaal kleine stukjes, zij weten niet wat het nut of de functie van deze stukjes is. Van de leerlingen wordt verwacht dat ze al deze kleine stukjes onthouden en kunnen toepassen. Het tegendeel is echter waar, leerlingen vergeten veel van wat ze geleerd hebben. In Paradigma A wordt er dus gewerkt van het deel, naar het geheel. Leerlingen die talig erg sterk zijn komen in dit onderwijs erg goed naar voren. Zij hebben weinig moeite met het tijdelijk opslaan van dingen die zij leren uit een tekstboek en kunnen dit reproduceren tijdens een toets. Deze leerlingen behalen goede resultaten op school. Bij minder talige leerlingen zijn de resultaten aanzienlijk minder hoog, deze leerlingen werken meestal van het geheel naar een deel. Zij snappen de stukjes die zij leren pas als zij het nut ervan inzien. Deze leerlingen behalen minder goede resultaten in het onderwijs dat past bij Paradigma A. Bij het Natuurlijk Leren wordt er gewerkt van het geheel naar een deel. De leerstof wordt in een context aangeboden. De leerlingen bepalen zelf wat ze willen leren, een leerling uit groep 3 of 4 kan bijvoorbeeld veel interesse tonen in een lieveheersbeestje dat hij gevonden heeft op het schoolplein. Er komen allemaal vragen in de leerlingen op, wat eet een lieveheersbeestje? Hoe oud is hij, of kan hij worden? Wat betekenen de stippen op zijn rug? Bij het natuurlijk leren gaan de leerlingen zelf op zoek naar antwoorden op deze vragen. Ze leren dus binnen een context.
Bij Paradigma A speelt de leerkracht een grote rol. De leerkracht bepaalt wat er geleerd wordt, wanneer dit aangeleerd wordt en hoe dit aangeboden wordt. Daarnaast krijgen de leerlingen allemaal dezelfde leerstof aangeboden. Er is dus sprake van kennisoverdracht. De rol van de leerlingen is passief, er wordt van ze verwacht dat ze stilzitten, luisteren en antwoord geven op de vragen van de leerkracht. Daarnaast speelt bij Paradigma A het zelfstandig werken een grote rol. Als leerlingen hulp aan elkaar vragen en overleggen dan wordt dit vaak gezien als afkijken. De prestaties van leerlingen worden bekeken aan de hand van gemiddelden. De resultaten van leerlingen worden dus met elkaar vergeleken en aan de hand daarvan wordt bepaald of de leerlingen boven het gemiddelde, gemiddeld of onder het gemiddelde scoren. De daadwerkelijke vooruitgang van de ontwikkeling van de leerling staat niet centraal, alleen hoe de leerling presteert ten aanzien van zijn leeftijdsgenootjes.
Bij het Natuurlijk Leren wordt er uitgegaan van de belevingswereld van het kind. Kinderen zijn nieuwsgierig naar de wereld om zich heen, de een wil alles weten over dieren, de ander over vliegtuigen en weer een ander houdt enorm veel van kunst. Een kind zit vol met vragen over het onderwerp dat hen aanspreekt, hoe komt het bijvoorbeeld dat hout blijft drijven en ijzer niet? Het Natuurlijk Leren speelt in op deze vragen en daagt leerlingen uit om zelf op zoek te gaan naar de antwoorden. Er is geen sprake van kennisoverdracht maar kenniconstructie, de leerlingen verwerven deze kennis zelf. Het wordt ze niet voorgeschoteld. Er wordt gewerkt van geheel naar deel, de kinderen hebben een onderwerp waar ze graag meer over willen weten en zoeken hier een goede onderzoeksvraag bij.
Bij het Natuurlijk Leren staat het samenwerken centraal, want met zijn tweeën leer je meer dan alleen. Er wordt gezamenlijk gekeken naar wat we willen leren, hoe we dit aan gaan pakken en hoe wij het eindproduct gaan presenteren. Er wordt gekeken naar wat de leerlingen al weten en kunnen, daarna wordt er gekeken waar nog aan gewerkt moet worden. De leerlingen spelen hier een grote rol in, zij stellen zichzel regelmatig de vragen ‘wat kan ik al?’ en ‘wat wil ik nog leren?’. Het werk van de leerlingen wordt ook op deze manier beoordeeld. Er wordt niet gekeken naar het niveau van de leeftijdsgenootjes maar naar het ontwikkelingsproces van de leerlingen. Wat kon de leerling al en wat kan hij nu?
Natuurlijk leren in de praktijk.
Een nieuwe kijk op het onderwijs vraagt ook om een nieuwe aanpak van het onderwijs. Bij Natuurlijk Leren draait het om betekenisvol leren, leren vanuit de belevingswereld van het kind. De aanpak van het Natuurlijk Leren is dan ook een andere aanpak dan bij Paradigma A. Bij het Natuurlijk Leren wordt er gewerkt met prestaties, workshops en portfolio’s. Het reflecteren op het eigen werk en de eigen ontwikkeling speelt een grote rol. Het Natuurlijk Leren werkt niet vanuit de methode, maar vanuit het kind.
Een groot verschil tussen Paradigma A en het Natuurlijk Leren is de samenstelling van klassen en lokalen. Bij Paradigma A hebben de leerlingen een vaste groep met tussen de vijfentwintig en vijfendertig leerlingen, deze groepen zijn meestal homogeen of het is een combinatiegroep van twee verschillende groepen, bijvoorbeeld groep vier en vijf. Deze groep krijgt klassikaal les, ze krijgen allemaal tegelijk hetzelfde zaakvak en leerstof aangeboden. De leerlingen blijven over het algemeen de hele dag in hetzelfde lokaal. Bij het Natuurlijk Leren bestaat een groep uit maximaal vijfentwintig leerlingen. Deze vijfentwintig leerlingen vormen samen de stamgroep, iedere groep heeft een stamgroepleerkracht. De stamgroep is een heterogene groep met leerlingen uit twee of meerdere groepen. In de school zitten meerdere stamgroepen. De leerlingen blijven niet de hele dag in de stamgroep, zij verplaatsen zich door de hele school en mengen zich met andere stamgroepen. Een stamgroep is de groep waarin de leerlingen zitten, binnen deze groep vinden o.a. de kringgesprekken en reflectiegesprekken plaats.
Bij het Natuurlijk Leren verblijven de leerlingen niet de hele dag in één klaslokaal. In plaats daarvan is er minimaal één grote open ruimte met daaromheen meerdere kleinere ruimten voor instructie, overleg en stilwerken. In de grote ruimte lopen meerdere leerkrachten rond, deze leerkrachten begeleiden de leerlingen in hun leerproces. In de open ruimte zijn er tussen de veertig en de negentig leerlingen tegelijk aan het werk, dit is afhankelijk van de grote van de school.
Bij het Natuurlijk Leren wordt gewerkt met prestaties, dit zijn betekenisvolle en concrete opdrachten waaruit de leerlingen kunnen kiezen. De prestaties zijn opdrachten die het liefst komen van een echte opdrachtgever. Het eindresultaat van een prestatie doet er dan ook echt toe. De prestaties hebben de plaats ingenomen van het werken uit de verschillende methoden. Verschillende voorbeelden van een prestatie zijn; ‘maak een poppenkastspel voor leerlingen uit de onderbouw’, ‘organiseer een uitje naar een museum’ of ‘organiseer een schoolfeest’. De leerlingen werken meestal in groepjes van twee of drie aan een prestatie. Voordat de leerlingen aan de slag gaan met een prestatie stellen zij een plan van aanpak op. Hierin worden onder andere de onderzoeksvraag, doelstelling en samenwerking in beschreven. Als de leerlingen tegen een probleem aanlopen tijdens het maken van een prestatie kunnen zij de hulp van een leerkracht inroepen.
Naar aanleiding van een leervraag van leerlingen kan de leerkracht besluiten om een workshop te geven. Een workshop is niet een van te voren gecreëerde les. Een workshop is een kort eenmalig moment waarbij de leerlingen instructie krijgen en vaardigheden oefenen. Naast de eenmalige workshops worden er ook lessenserie’s aangeboden, bijvoorbeeld voor het vak rekenen.
Bij het Natuurlijk Leren wordt er gewerkt met een portfolio. Het portfolio stelt leerlingen in staat om werk waar zij echt trots op zijn te bewaren. Het portfolio speelt ook een grote rol bij het bepalen waar leerlingen staan op de leer- en ontwikkelingslijnen.
De ontwikkeling van het kind.
Bij Paradigma A staat het toetsen van leerlingen centraal. De leerkracht houd de ontwikkeling van leerlingen bij door de kennis van de stof te toetsen. De resultaten van de toetsen worden ingevuld in de leerlingsvolgsystemen. Via deze systemen wordt er gekeken of de leerlingen op het niveau zitten zoals dat op hun leeftijd wordt verwacht. Bij leerlingen die onder het gemiddelde scoren, wordt gekeken op welke onderdelen de leerling slecht heeft gescoord. Als dit bekend is krijgt de leerling in kwestie extra oefenstof zodat deze de achterstand op zijn leeftijdsgenootjes kan inhalen. Er wordt dus niet gekeken naar de oorzaak van het probleem, maar naar het probleem zelf.
Bij het natuurlijk leren wordt er niet gekeken naar gemiddelden, maar naar de ontwikkeling van de leerling zelf. Niet alle leerlingen zijn hetzelfde, de één is sociaal, de ander goed in rekenen en weer een ander kan mooi tekenen. Iedere leerling heeft zijn eigen talent. Bij het Natuurlijk Leren wordt er gekeken hoe deze talenten benut kunnen worden, daarnaast wordt er gekeken wat de leerlingen kunnen op de vlakken waar ze minder sterk in zijn. Om iedere leerling de juiste ondersteuning te bieden om zich optimaal te ontwikkelen, heeft het natuurlijk leren een andere aanpak bedacht dan die van Paradigma A. Om de ontwikkeling van de leerlingen te volgen gebruiken leerkrachten leer- en ontwikkelingslijnen. Deze leer- en ontwikkelingslijnen zijn door de leekrachten zelf opgesteld.
Het invullen van de leer- en ontwikkelingslijnen wordt samen met de leerlingen gedaan. De leerlingen spelen bij het Natuurlijk Leren een grote rol in het reflecteren op hun eigen ontwikkeling. Tijdens coaching gesprekken wordt er gekeken waar de leerling staat op de ontwikkelingslijnen. De leerkracht vertelt zijn bevindingen over het werk en het gedrag van de leerling. De leerling vertelt zelf ook wat hij vindt van het geproduceerde werk en zijn gedrag. Daarna bekijken de leerkracht en leerling samen waar de leerling staat op de leer- en ontwikkelingslijnen. De leerkracht en leerling bekijken wat de leerling nog moet en wil leren. Als tijdens het coaching gesprek blijkt dat de leerling zich onvoldoende ontwikkeld, bekijken de leerkracht en leerling samen wat hier de oorzaak van is. Samen zoeken zij een passende oplossing en wordt er een plan van aanpak opgesteld.
Het beoordelen van prestaties gaat op een soortgelijke manier als het invullen van de leer- en ontwikkelingslijnen. Nadat de leerlingen hun prestatie hebben afgerond vind er een afrondingsgesprek plaats met de leerkracht. Dit gesprek vindt plaats met het hele prestatiegroepje. De leerkracht leidt het gesprek door middel van het vragen van doelgerichte leervragen. Tijdens de gesprekken worden er onder andere vragen gesteld over de samenwerking, het proces, het eindproduct en wat de leerlingen geleerd hebben. Afhankelijk van het niveau van de leerlingen bepaalt de leerkracht wat voor vragen hij stelt en hoe de prestatie beoordeeld wordt. De leerkracht speelt tijdens het gesprek in op de antwoorden van de leerlingen en laat hierbij haar eigen mening weten.
Het is niet realistisch om te denken het met de huidige blik onderwijs en leerlingvolgsystemen mogelijk is om de ontwikkeling van leerlingen alleen op bovenstaande manier te toetsen en bij te houden. De school is verplicht om onder andere de citotoetsen af te nemen. Voor de verplichte toetsen, die eigenlijk niet bij het Natuurlijk Leren passen, wordt tijd gemaakt tijdens de reflectieweken. De reflectieweek is een moment waarop er extra tijd is vrijgemaakt om de ontwikkeling van leerlingen te registreren en toetsen af te nemen. Er is tijdens de reflectieweek ook extra tijd ingepland om de belangrijke coaching gesprekken te voeren met leerlingen.
De rol van de leerkracht en de leerling.
Bij Paradigma A heeft de leerkracht een grote bepalende rol. De leerkracht besluit wanneer welk vakgebied wordt aangeboden, wat de leerlingen leren en op welke manier. Daarnaast houd de leerkracht de ontwikkeling bij en maakt een plan van aanpak als zich een probleem optreedt. De leerling heeft een passievere rol, deze beantwoordt de vragen uit werkboeken en maakt toetsen. Van de leerling wordt verwacht dat hij zijn werk maakt, toetsen maakt en rustig blijft zitten in de klas. Bij het Natuurlijk Leren is de rol van de leerkrachten en leerlingen anders als bij Paradigma A.
Bij het natuurlijk leren heeft de leerkracht de rol van werkmeester en leermeester. De rol van de leerkracht is in het natuurlijk leren vooral de rol van een begeleider. De leerkracht begeleidt de leerlingen in het leerproces. Wanneer de leerkracht de leerlingen begeleid bij hun leerproces, dus bij het werken en het reflecteren op het eigen werk en gedrag, spreken we van een leermeester. Wij spreken van een werkmeester als de leerkracht in de rol kruipt zoals wij deze kennen bij Paradigma A. Dit is bijvoorbeeld het geval bij het geven van een workshop, de leerkracht is op dat moment bezig met het aanleren van vaardigheden en informatie terwijl de leerlingen zich hier bewust van zijn. De leerkrachten hebben niet alleen een andere rol als ze ‘voor de klas’ staan, maar ook ten aanzien van collega’s. Bij het natuurlijk leren is het van groot belang dat leerkrachten elkaar aan kunnen spreken als ze een fout maken en om hulp te vragen in bepaalde situaties. Denk bijvoorbeeld aan pedagogische problemen, maar ook vakinhoudelijke problemen. De leerkracht speelt een grote rol in het signaleren van problemen en het oplossen. Er worden geen oplossingen meer opgelegd van bovenaf maar de leerkrachten moeten zelf een oplossing zoeken. De directeur signaleert problemen en stimuleert de leerkrachten om hier iets aan te doen. Een praktijkvoorbeeld hiervan kunnen we vinden op basisschool de klaverweide. Toen het natuurlijk leren in 2004 daar ingevoerd werd mochten de leerlingen van de bovenbouw zelf bepalen wanneer zij hun eetpauze wilden houden. Al snel bleek dat deze vrijheid een enorme chaos opleverde. De directeur signaleerde het probleem en wachtte rustig af tot de leerkrachten actie ondernamen. De leerkrachten besloten om de vrije pauze terug te draaien. Deze beslissing kwam niet van bovenaf maar van de leerkrachten zelf.
Bij het Natuurlijk Leren hebben ook de leerlingen een andere rol, zij zijn voor een groot deel verantwoordelijk voor het eigen leerproces. De rol van de leerlingen is vergeleken met hun rol in paradigma A veel actiever. De leerlingen bepalen niet alleen wat ze willen leren maar ook hoe ze dit aan gaan pakken. Daarnaast speelt zelfreflectie een grote rol. De leerlingen zijn niet alleen maar bezig met het maken van hun werk, maar bekijken ook de resultaten die ze behaald hebben. Wat ze al wel en wat ze nog niet kunnen. En bepalen samen met de leerkracht wat ze gaan doen om de zwakke punten te verbeteren. De leerling krijgt niet alleen maar dingen opgelegd, maar maakt de beslissing samen. En bepaald voor een groot deel het eigen leerproces.
Kunnen leerlingen deze grote verantwoordelijkheid voor hun eigen leerproces wel aan? Het Natuurlijk Leren probeert zich zoveel mogelijk aan te sluiten bij de beleveniswereld van de leerlingen en en deze te motiveren om door te zetten als zij tegen problemen aan lopen. Dit onder meer door de leerlingen te betrekken bij de problemen en het maken van een plan van aanpak. Toch is op basisschool de Klaverweide gebleken dat sommige leerlingen zich niet thuis voelen in het Natuurlijk Leren en misbruik maken van de situatie. Dit is niet iets wat de school zelf graag toe geeft, maar de school heeft het probleem wel degelijk gesignaleerd. Twee voorbeelden van leerlingen die niet in het Natuurlijk Leren thuishoren zijn Jerry en Brandon. Twee jongens uit groep vijf. Jerry is een jongen van Surinaamse afkomst met een grote taal en rekenachterstand. De zelfstandigheid die de school hem bood spoorde hem niet aan om dingen te leren, maar om onder dingen uit te komen. Jerry maakte zijn opdrachten keurig, maar wel erg langzaam en onder zijn niveau. Deze jongen wil heel graag leren maar heeft hierbij een vaste structuur nodig. Basisschool de Klaverweide bood hem deze structuur niet, vooral het gebrek aan tijd en sturing tijdens het zelfstandig werken konden zij hem niet bieden. Brandon is een ander geval dan Jerry. Maar ook bij hem was het gebrek aan structuur een groot gemis. Brandon had een goede manier gevonden om niet aan het werk te hoeven, door te gaan klieren. In plaats van te werken daagde hij andere leerlingen en leerkrachten uit. Hierbij gebruikte hij niet alleen zijn lichaamstaal en verbaal geweld, maar ook lichamelijk geweld. De leerkrachten wisten niet goed wat ze met deze jongen aanmoesten. Als zij hem iets zagen doen pakten zij hem niet direct aan, maar werd hij naar zijn stamgroepleerkracht gestuurd. Door deze aanpak werd het onmogelijk om Brandon normaal mee te laten doen aan de workshops van andere leerkrachten dan zijn stamgroepleerkracht. Brandon was niet meer welkom bij het zelfstandig werken en bij de workshops. Hij spendeerde de meeste tijd aan een tafel bij de directeur voor de deur. De vraag is echter of deze problemen meer te maken hebben met het Natuurlijk Leren of met de aanpak van basisschool de Klaverweide.
De overstap van paradigma A naar paradigma B
De overstap van het huidige onderwijs naar het natuurlijk leren is een intensief proces. Het is belangrijk dat alle leerkrachten het concept goed voor ogen hebben en achter de veranderingen staan. De ontwikkelaar van het natuurlijk leren, het APS (Algemeen Pedagogisch Studiecentrum), heeft een invoeringstraject ontwikkeld voor scholen die het natuurlijk leren willen invoeren. Dit invoeringstraject staat beschreven in het artikel ‘Invoering Natuurlijk Leren op basisschool de Klaverweide (2005). Het proces is hieronder kort samengevat. Het APS begint het invoeringstraject met een startdag waarbij het concept wordt geïntroduceerd en aangegeven wordt wat de consequenties van het invoeren van het natuurlijk leren zijn. Zo worden scholen in staat gesteld om een weloverwogenkeuze te maken.
Het invoeringstraject van paradigma B verloopt in een aantal fasen de kennismakingsfase, de keuze, de conceptfase, de ontwerpfase en de invoering zelf. Tijdens de kennismakingsfase wordt er duidelijk gemaakt wat het invoeren van het natuurlijk leren nu eigenlijk inhoud. Het is van belang dat alle betrokkenen weten wat het natuurlijk leren inhoud. Daarna moet de school een keuze maken; gaan we voor het natuurlijk leren of blijven we werken met Paradigma A. Als de keuze is gevallen op het drastisch wijzigen van het onderwijs dan verdiept de school zich in het concept (de conceptfase). Tijdens de ontwerpfase worden er verschillende leer- en ontwikkelingslijnen opgezet en van hieruit worden er prestaties ontworpen. Als laatste vind de invoering zelf plaats.
Het APS zet minimaal één begeleider per school in om de leerkrachten te begeleiden bij de voorbereidingen op de invoering. Deze begeleider verdwijnt na de invoering van het natuurlijk leren niet uit beeld, maar komt regelmatig terug om de ontwikkelingen op de school te observeren en te begeleiden waar nodig. De begeleider van het APS steunt het team bij het ontwikkelen van het concept en de leer- en ontwikkelingslijnen. Daarnaast geeft deze ook workshops om de leerkrachten de vaardigheiden bij te brengen die nodig zijn bij het natuurlijk leren. Denk bijvoorbeeld aan het voeren van coachings gesprekken en het ontwikkelen van lessen vanuit de leervraag van leerlingen.
De directeur van basisschool de Klaverweide in Almere stuurde vanaf het begin erg aan op zelfsturing en samenwerking. Het team moest er erg aan wennen dat er geen besluiten meer van bovenaf kwamen en ze zelf oplossingen voor problemen moeten vinden. Het is handig om meteen met deze zelfsturing en samenwerking te beginnen, aangezien dit na de invoering een grote rol speelt.
Naast de gevolgen voor leerkrachten, leerlingen en andere betrokkenen. Heeft de invoering van het natuurlijk leren ook invloed op de financiën van de school. Om de invoering te realiseren is er minimaal één grote open ruimte nodig binnen de school. De school zal dus verbouwd moeten worden. Dit is iets waar scholen die het natuurlijk leren in willen voeren rekening moeten houden.
Conclusie
Het natuurlijk leren is een bijzondere visie op het onderwijs. Er wordt in methodes, kranten, tijdschriften en boeken altijd gesproken over het lesgeven in een context. Lessen moeten aansluiten bij de belevingswereld van kinderen. Geen enkele methode sluit zich aan bij deze visie, de lesplanning ligt vast en methodes zijn vaak verouderd. Daarom is het natuurlijk leren zo mooi, er wordt geen gebruik gemaakt van methodes. Op ieder moment van de dag kan de leerkracht inspelen op de belevingswereld van het kind.
Een belangrijk deel van het volwassen zijn is het kunnen reflecteren op je eigen gedrag en dit aan te kunnen passen. Daarnaast draait volwassenheid om het maken van keuzes en het nemen van verantwoordelijkheid. Bij het Natuurlijk Leren spelen deze vaardigheden een belangrijke rol. Het kind wordt vanaf de kleutergroep gestimuleerd om zelf te kiezen wat hij wil doen, reflecteren op wat hij allemaal al kan en wat hij nog wil leren. Deze vaardigheden ontwikkelen zich in de loop der jaren. Als je kijkt naar leerlingen uit groep 5 en 6 sta je paf van hun zelfstandigheid. Als ze even niets te doen hebben weten ze wat ze kunnen doen, de een gaat rekenen, de ander lezen, de ander gaat verder met zijn onderzoeksvraag en een ander gaat werken uit zijn spellingsoefenboekje. Kinderen worden gestimuleerd om te leren, om meer en meer te weten. Om te kiezen welke werkjes ze in hun portfolio willen hebben. Wat de kinderen denken en doen is van groot belang, ze zijn verantwoordelijk voor hun eigen werk en kunnen hun keuzes verantwoorden. Het natuurlijk leren is een onderwijsvisie die de talenten van kinderen weet te benutten, die kinderen leert om zelfstandig te zijn maar ook om samen te kunnen werken. Daarnaast blijkt echter ook dat deze verantwoordelijkheid te veel is voor sommige kinderen en dat deze verdwalen in het systeem.
Het natuurlijk leren vraagt veel van leerkrachten. Kijk maar naar de leerkrachten van basisschool de klaverweide. Het werken vanuit het kind is een mooie visie, maar vraagt ook veel van de leerkrachten. De leerkrachten kunnen de workshops niet zomaar uit een methode halen maar moeten deze iedere dag opnieuw zelf ontwikkelen. Daarnaast ontwikkelen de leekrachten zelf de leer- en ontwikkelingslijnen, lossen ze problemen op en begeleiden de leerlingen in hun leerproces. In al deze processen gaat enorm veel tijd zitten. Tijd die men in het onderwijs echter al vaak te kort komt.
Het natuurlijk leren is een onderwijsvisie met veel positieve punten. Het invoeren en ook het uitvoeren van deze visie vraagt veel van leerkrachten. Het is een nieuwe visie, waarvan nog niet bewezen is dat deze zijn vruchten afwerpt. Wat wel duidelijk is is dat een goede organisatie en planning het halve werk is en dat leerlingen met veel plezier werken aan prestaties en andere portfoliobewijzen. Een onderwijsvisie waarvan het huidige onderwijs veel kan leren.
Meer informatie over het Natuurlijk Leren kunt u vinden in het boek ‘Weet jij waar de regenboog begint?’ geschreven door de auteurs Dorothee van Kammen en Herriët Weegenaar. Tevens kunt u terecht op de website van het Algemeen Pedagogisch Studiecentrum (http://www.aps.nl).
Auteur: Samantha Jaar: 2007




